Uitspraak rechtbank in de zaak Habeo+ en de Landelijke Commissie Gedragscode

Op 14 mei 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een procedure tussen Habeo+ (voorheen Avans+) jegens de Landelijke Commissie Gedragscode (LCG). Omdat de uitspraak raakt aan de positie van de LCG, informeert de LCG de aangesloten onderwijsinstellingen hierover.

Aanleiding

De procedure vindt haar oorsprong in een brief van 6 juni 2024, waarin de LCG aan Habeo+ een maatregel heeft opgelegd. Deze maatregel bestond uit verwijdering uit het gedragscode-register voor een periode van twee jaar. Habeo+ heeft tegen deze maatregel bezwaar gemaakt. De LCG heeft daarop aangegeven dat er geen bezwaarprocedure openstaat. De LCG is immers een privaatrechtelijk stichting, geen bestuursorgaan dat besluiten neemt in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De LCG en de maatregelen die zij treft valt daarmee in de sfeer van het privaatrecht. De instelling is gewezen op de klachtenprocedure binnen de gedragscode, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt. Vervolgens heeft Habeo+ beroep ingesteld bij de rechtbank.

De uitspraak

De centrale vraag in het beroep was of de maatregel van de LCG moet worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen bezwaar en beroep openstaan. De LCG heeft zich op het standpunt gesteld dat zij een privaatrechtelijke stichting is die haar bevoegdheden ontleent aan de gedragscode en niet aan wet- of regelgeving. De rechtbank heef echter geoordeeld dat de LCG moet worden aangemerkt als een zogenoemd b-bestuursorgaan. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de opgelegde maatregel een publiekrechtelijke rechtshandeling betreft. Daarmee kwalificeert de maatregel uit 2024 volgens de rechtbank als een besluit in de zin van de Awb. De rechtbank heeft het beroep van Habeo+ gegrond verklaard en geoordeeld dat de LCG inhoudelijk op het bezwaar had moeten beslissen. De LCG is opgedragen alsnog een inhoudelijke beslissing op bezwaar te nemen.

Vervolg

De uitspraak roept vragen op over de juridische positie van de LCG en de inrichting van de gedragscode als instrument van zelfregulering. De LCG bestudeert momenteel de uitspraak en beraadt zich op eventuele vervolgstappen, waaronder de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De LCG trekt hierin nauw op met de betrokken koepelorganisaties en zal aangesloten instellingen informeren zodra meer duidelijkheid bestaat over de gevolgen van deze uitspraak.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan contact op met uw koepelorganisatie of met het bureau gedragscode.